Vitamine B1 & B2

Vandaag willen we u voorstellen aan de eerstgeborenen van de familie B, leden van de complexe vitamine B familie, die voor een aantal vitale processen in ons lichaam zorgen (zie ook vitamine B).

Vitamine B1, thiamine, werd voor het eerst geïsoleerd in 1926. Een licht gebrek aan thiamine uit zich in vermoeidheid, gewichtsverlies, prikkelbaarheid en rusteloosheid. Veel alcoholisten hebben een tekort aan thiamine. Levensmiddelen rijk aan thiamine zijn varkensvlees, orgaanvlees, granen, gedroogde bonen, pinda’s, aardappelen en gistextract (Marmite).

De vitamine bevindt zich vaak direct onder de schil en zit dus bijvoorbeeld wel in volkoren en nauwelijks in witte rijst. Een ernstig gebrek aan thiamine leidt tot ‘beri beri’, een veelal in de oosterse landen voorkomende degeneratie van spieren, onregelmatige hartslag en extreme vermagering. In het Sri Lankees betekent beri beri ‘zwakte’. Het Amerikaanse leger liet in 1937 thiamine toevoegen aan chocoladerepen om zo te voorkomen dat de soldaten een tekort zouden oplopen. Een jaar later werd voorgesteld brood te verrijken met thiamine.

Vitamine B2, riboflavine, werd in 1933 voor het eerst geïsoleerd. Een gebrek aan riboflavine uit zich in gesprongen mondhoeken, snel vermoeide ogen die weinig licht verdragen en dermatitis. Riboflavine zit in orgaanvlees, vlees, eieren, groene groente, granen en gistextract. Een opmerkelijke eigenschap van riboflavine is dat het onder invloed van (on)zichtbaar licht afbreekt. Daarom zouden matglazen melkflessen beter zijn dan heldere. De tijd die een melkfles in het licht doorbrengt is echter meestal erg kort.

Vandaag een maaltijd met thiaminen en riboflavinen.

 

 

Roergebakken wilde spinazie en rijst met pinda's
Gang: hoofdgerecht
Keuken: veganistisch, vegetarisch
Porties: 4
Auteur: Elsje de Ruijter
Ingrediënten
  • 350 gram bruine rijst
  • 1 stukje gemberwortel
  • 1 teen knoflook
  • 1 ui
  • 0,5 rode peper
  • 0,5 groene peper
  • 1 theelepel komijnzaad
  • 1 laurierblaadje
  • 1 mespunt suiker
  • zout
  • 8 dl water
  • 125 gram santen
  • 100 gram pinda's
  • 1 eetlepel citroensap
  • 0,5 eetlepel gehakte koriander- of peterselieblaadjes
Groente erbij
  • 1 kilo verse wilde spinazie
  • 2 eetlepels notenolie
  • citroensap
  • zout
  • peper
Bereiding
  1. Was de rijst en laat de rijst goed uitlekken. Hak een stukje gemberwortel, de knoflook en de ui heel fijn. Ontdoe de pepers van de zaadlijsten, hak ze fijn en bak ze met komijnzaad en laurierblad 2 minuten op een matig vuur. Voeg suiker, wat zout en de overige ingrediënten, behalve de rijst, toe en fruit het geheel nog 2 minuten. Schep dan de rijst in de pan en ga door met bakken totdat de rijst gaat glanzen. Smelt intussen in water de santen en giet de kokosmelk door het rijstmengsel. Breng het geheel aan de kook en voeg er pinda's, citroensap en gehakte koriander- of peterselieblaadjes aan toe. Kook de rijst op een laag vuur tot ze net gaar is.

  2. Was de spinazie zorgvuldig en laat ze goed uitlekken. Verhit in een wok de notenolie en voeg de uitgelekte spinazie in gedeelten toe. Het geheel 4 tot 6 minuten roerbakken, het vocht afgieten en op smaak brengen met wat citroensap, zout en peper.

 

Deze tekst is gepubliceerd in de Volkskrant van 7 april 1998

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *