![]() |
Identiteit & Imago | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Resultaten Stap 3: de scholieren |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bijlage II |
De derde en laatste stap uit ons onderzoek was het voorleggen van de websites aan scholieren uit 5 Vwo. We hebben gekozen om van de vijf websites die we in de inhoudsanalyse betrokken hebben, die van Nyenrode niet aan de scholieren voor te leggen. De reden hiervoor is dat deze universiteit zich naar onze mening te sterk op een beperkte markt richt, waardoor de meeste scholieren zich niet tot de universiteit en haar website aangetrokken zullen voelen. De vier websites die onderzocht zijn op het overeenkomen van identiteit en imago, zijn die van Delft, de beide uit Amsterdam en die van Groningen. Die van Delft bleek uiteindelijk mogelijk ook een te beperkte groep scholieren aan te spreken. Een oordeel in dimensiesWe hebben de scholieren gevraagd een oordeel te geven over verschillende onderdelen van de website en aan te geven wat hun mening was over het Totaalbeeld. Tenslotte vroegen we ze hun profiel, hun geslacht en iets over hun mediagebruik. Wat betreft hun mediagebruik hebben we ze gevraagd om aan te geven hoe frequent ze gebruik maken van de volgende (mogelijkheden van) media:
We vroegen de scholieren hun oordeel te geven op basis van een semantische Likert-schaal. Zo'n schaal treft een bepaalde gelijkenis met het semantisch (classificatie)differentiaal. Hierbij wordt steeds uitgegaan van twee woorden die in betekenis elkaars tegengestelden zijn. Bijvoorbeeld: warm en koud of mooi en lelijk. Tussen deze (tref)woorden kan de respondent door middel van een classificatie in getallen aangeven welk woord hij gepaster vindt in een bepaalde situatie. Bij meerdere tegenstellingen is het vervolgens de bedoeling dat de woorden met een positieve associatie allemaal aan dezelfde kant komen te staan en de woorden met een negatieve bijklank logischerwijs aan de andere kant, zodat een duidelijke tweedeling ontstaat. Ter illustratie het volgende voorbeeld: Voorbeeld 1: Likert-schaal
Stel dat iemand vindt dat een website 'heel erg goed' is, bijvoorbeeld qua informatiegehalte, dan kiest hij bij de eerste tegenstelling voor het getal 1. Vindt diegene vervolgens dat dezelfde website wel 'heel erg zwak' is, dan kiest hij bij de tweede tegenstelling voor het getal 7. Wanneer iemand vindt dat de website niet warm, maar ook niet koud is, is getal 4 (neutraal) een optie. Het is mogelijk schalen te ontwerpen die drie dimensies meten, dus niet alleen goed/slecht, sterk/zwak, maar ook actief/passief. Wanneer die schalen bij elkaar opgeteld worden, kan een driedimensionaal beeld geschetst worden van het onderwerp van onderzoek. Daarnaast kan men natuurlijk ook kijken naar de individuele scores per tegenstelling. De Likert-schalen die wij gebruikt hebben in ons onderzoek hebben we samengesteld op basis van de visualisatie van de trefwoorden, zoals we die gebruikt hebben voor de inhoudsanalyse (zie Bijlage II, opent in nieuw venster). Zo is bijvoorbeeld het trefwoord 'persoonlijk' gevisualiseerd in warme kleuren (zie Bijlage II) en hebben we de scholieren gevraagd of ze willen aangeven in hoeverre ze de website warm of koud vinden (zie Bijlage III). We hebben ons hierbij beperkt tot een achttal kenmerken, dit om de vragenlijst compact en betrouwbaar te houden . De Likert-schalen zijn daarom geconcentreerd rond de volgende trefwoorden: Persoonlijk; Maatschappijgericht; Kritisch; Bedrijfsleven; Studieaanbod; Traditioneel; Modern; Dynamiek. De schalen hebben we vervolgens gegroepeerd in de dimensies aansprekend/afstandelijk; zacht/hard en geordend/chaotisch. We hebben bewust gekozen voor andere dimensies dan die meestal gebruikt worden in een semantische differentiaal, goed/slecht; sterk/zwak en actief/passief, omdat de onze meer overeenkomen met de manier waarop de universiteiten hun identiteit beschrijven. We zijn met dit deel van ons onderzoek begonnen op het Ronald Holst College en hebben daar in de Mediatheek op een drietal dagen in totaal negen leerlingen de vragenlijst laten beantwoorden aan de hand van de website die wij hen voorlegden. Terwijl we de eerste vijf scholieren de vragenlijst lieten beantwoorden, kwamen we erachter dat één van de Likert-schalen onduidelijk was en dat één van de vragen op de verkeerde plaats stond. We hebben die fouten verbeterd in de vragenlijsten voor de resterende scholieren en de eerste vijf respondenten op die twee vragen de waarde 'missing' gegeven. Het betreft hier de schaal belangrijk/onduidelijk onder het kopje Studieaanbod, welke we veranderd hebben in belangrijk/vaag. Daarnaast hebben we gemeenschappelijk/individueel, die onder het kopje Studeren stond, een eigen kopje Onderzoek gegeven en er verder nog een schaal aan toegevoegd, te weten: publiek/commercieel. Op het Goois lyceum hebben we in totaal aan acht scholieren de vragenlijst voorgelegd, allemaal op dezelfde dag. Uiteindelijk is daarmee elke website door tenminste vier verschillende scholieren bekeken; de website van de Rijksuniversiteit van Groningen door vijf. UitkomstenNaast de vragen om het imago van de universiteit te bepalen, vroegen we ook via welke link zij informatie voor aankomende studenten zouden zoeken. Het valt hierbij op dat veel scholieren niet via de link 'aspirant studenten' deze informatie zoeken, als deze link op de site aanwezig is. Wellicht kennen de scholieren de betekenis van het begrip 'aspirant' niet. Wanneer er namelijk een link aangeboden wordt met als titel 'aankomende studenten' dan wordt deze veelal wel direct door de scholieren (zonder hulp) gebruikt om relevante informatie te vinden. Hetzelfde geldt voor de link 'faculteiten'. Op de sites waar deze link wordt gebruikt, klikken slechts twee scholieren uit zichzelf op deze link om iets over het studieaanbod van de desbetreffende universiteit te weten te komen. Eén daarvan heeft de UvA site bekeken en de ander die van Groningen. De meesten proberen het via de link onderwijs, als deze op de site wordt aangeboden. Veelal komen zij met een omweg of met wat hulp wel op de juiste pagina terecht. Het valt op dat de scholieren die de website van de VU hebben bekeken veel moeite hadden met het vinden van de juiste link naar het studieaanbod en informatie voor aankomende studenten. Wellicht is dit te verklaren uit het feit dat de homepage van de VU geen treffende links heeft die duidelijk maken waar je precies naar toe wordt geleid studeren aan de VU'. Veel scholieren lijken geen idee te hebben. Zo is er linksboven een draaiend logo te zien met de tekst 'dat ze hier ook op kunnen klikken en zien dit logo meer als een illustratie. Verder staat de link die naar het studieaanbod leidt omschreven als 'Onderwijs en Onderzoek'. Ook dit is waarschijnlijk niet een treffende naam voor een link die je naar het studieaanbod leidt. Op de website van de TU Delft hebben juist weer een aantal scholieren moeite met het vinden van de juiste link die hen naar de nieuwsberichten en actualiteiten leidt. De link 'nieuws' die op de homepage staat, leidt namelijk niet tot deze berichten, maar geeft nieuws over de website. Verder is de site voor sommigen verwarrend als het gaat om het deel voor Studenten. De voorpagina hiervan ziet er namelijk visueel hetzelfde uit als de homepage. 'Hé, ik had toch net al op 'studenten' geklikt?', vroeg één van de scholieren zich dan ook af. Opvallend is ook dat er door de scholieren weinig gebruik wordt gemaakt van de zoekoptie die iedere site op zijn homepage te bieden heeft. Slechts eenmaal probeert een scholier op deze manier informatie te vinden over het studieaanbod aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast viel het ons op dat het sterk varieerde hoe lang de scholieren deden over het beantwoorden van de vragenlijst. Uit de reacties en opmerkingen van de scholieren (en naar aanleiding van een aantal vragen van ons) blijkt dat de websites van de vier universiteiten door de meeste scholieren nog nooit bekeken zijn. Eén jongen vormde een uitzondering. Hij bleek niet alleen goed overweg te kunnen met de computer en Internet. Hij vertelde dat hij zelf een computerprogramma had gemaakt om zo gemakkelijk(er) een studiekeuze te kunnen maken. Aan de hand van een ingevoerd profiel en studievoorkeur(en) werd een studie 'voorgeschoteld'. De site die hij moest bekijken had hier echter, opmakend uit zijn commentaar, geen gebruik van gemaakt: 'Heeft VU blijkbaar niet gebruikt'. Zijn eindoordeel over de site was niet zo positief: 'Deze site heeft het niet!'. MediagebruikUit de gegevens over het mediagebruik van de scholieren blijkt dat zij het meest 'gebruik' maken van het medium televisie. Dertien kijken minstens één keer per dag naar de televisie. Het minst worden er tijdschriften gelezen of geraadpleegd. De categorieën 'eenmaal per week' en 'minder dan eenmaal per week'' worden wat dit medium betreft in totaal door twaalf scholieren gekozen. De populariteit van de krant is nogal wisselvallig, aangezien vijf scholieren de krant eenmaal per dag lezen en er tevens vijf scholieren zijn die de krant minder dan eenmaal per week lezen. Surfen over het WWW en gebruik maken van e-mail wordt door de scholieren het vaakst gedaan. Vooral het surfen is erg populair; veertien van de scholieren doen dit regelmatig, variërend van meerdere malen per dag tot meerdere malen per week. Hetzelfde kan gezegd worden voor het gebruik maken van e-mail, alleen gaat het hier om dertien scholieren. Vergelijken we het mediagebruik tussen de twee scholen, dan blijken de scholieren van het Ronald Holst College in Hilversum iets meer gebruik te maken van alle genoemde media, behalve e-mail. Deze verschillen zijn echter zo klein dat ze niet statistisch significant zijn. Statistische significantieMet behulp van een one-sample t-test hebben we bepaald welke antwoorden op onze vragenlijst statistisch significant zijn. Nemen we de universiteiten als geheel, dan zijn alle antwoorden significant (p<0.01, two-tailed). Omdat we vooral kijken naar resultaten per universiteit, hebben we vier losse one-sample t-tests uitgevoerd. Daarbij bleken een aantal antwoorden te ver uiteenlopend te zijn om voor significant door te gaan. Vooral de website van de TU Delft zorgde voor zeer uiteenlopende antwoorden: in hoeverre het studieaanbod belangrijk of vaag gevonden werd, varieerde van 1 (belangrijk) tot 7 (vaag). Dit zou veroorzaakt kunnen worden door het gespecialiseerde karakter van de studies aan de TU Delft. Scholieren die geen interesse voor techniek hebben, zouden het studieaanbod 'vaag' kunnen noemen. Corrigeren we deze antwoorden voor het gevolgde profiel van de scholier, dan blijkt er inderdaad een licht verband te bestaan tussen profiel en de mening over het studieaanbod. De scholier met een profiel Natuur & Techniek vindt het aanbod iets groter dan de andere scholieren, terwijl de scholieren met dat profiel over het geheel genomen het aanbod van de vier universiteiten juist niet zo groot vinden. Voorzichtigheid is hierbij wel geboden, want we spreken nu over de mening van een enkele scholier. De twee vragen over onderzoek aan de universiteit en de betrokkenheid van de universiteit met het bedrijfsleven, leverde bij zowel de UvA als de TU Delft onbruikbare antwoorden op. Misschien waren deze twee vragen wat lastig om te interpreteren. Corrigeren voor mediagebruik, profiel, school of geslacht werpt geen licht op de zaak. Aangezien deze twee antwoorden blijkbaar niet voldoende meten wat wij wilden weten, hebben we ze verder buiten de analyse gelaten. Vervolgens hebben we gekeken naar de mate waarin het beeld dat de scholieren van de website hebben, overeenkomt met de identiteit die de universiteit nastreeft. Daartoe hebben we eerst een gemiddelde score berekend voor de vier universiteiten. Uitgaande van het feit dat de 32 bruikbare schalen gerangschikt zijn van positief naar negatief, kan elke universiteit in principe 32 maal 7 punten scoren, dat zijn er 224. We moeten daartoe wel een berekening toepassen, daar onze schalen juist van 1 tot 7 lopen. Als we een ranglijst maken, staat de website van de VU onderaan met een gemiddelde score van 101,75 en de website van de RUG bovenaan met 124,20 (Tabel 5). De scholieren oordelen vrijwel unaniem over de websites van de RUG en de UvA. Over die van de TU Delft en die van de VU zijn ze het meest verdeeld. De website van de UvA wordt door de scholieren uit Bussum (114) iets minder hoog gewaardeerd dan door de scholieren uit Hilversum (125). Dit significante verschil zou verklaard kunnen worden uit de aandacht die de scholieren in Bussum van de UvA krijgen. In dat geval is die niet positief voor het imago. Tabel 5: Gemiddelde score per universiteit
Kijken we nu naar de mening van de scholieren in vergelijking met die van de 'experts', dan valt op dat ook zij de websites van de RUG en de UvA als goed beoordeelden en die van de VU als slecht. De website van de TU Delft werd door hen niet genoemd. Het antwoord op onze derde deelvraag, welk beeld van de universiteit vormen aspirant studenten zich op grond van de website, hebben we hiermee in grote lijnen beantwoord. Willen we echter weten of dit imago overeenkomt met de identiteit die de universiteit nastreeft, dan moeten we kijken naar waar zich de verschillen tussen de universiteiten aftekenen. VerschillenHoewel ons databestand eigenlijk te klein is om grafieken mee te genereren, doen we dat toch omdat zo'n grafiek in een blik duidelijk kan maken wat we gevonden hebben. Vergelijken we bijvoorbeeld de gemiddelden van alle scores (Figuur 7), dan blijken veel antwoorden van de scholieren redelijk met elkaar overeen te komen. Voor ons onderzoek interessant zijn die vragen waarover wel verschil van mening bestaat. Figuur 7: Vergelijking per universiteit
De verschillen zijn we op het spoor gekomen, door per universiteit de gemiddelden te berekenen over de variabelen. Daar waar nauwelijks verschil waarneembaar was, onderscheidt de ene universiteit zich niet van de andere. Dat kenmerk mag dan volgens de 'expert' gerelateerd zijn aan de identiteit, maar als de scholieren daarin geen verschil zien tussen de universiteiten, zou dat eerder onderdeel van de identiteit van een universiteit in het algemeen kunnen zijn. We spreken van een verschil als het gemiddelde van één universiteit ten minste een hele punt afwijkt van dat van de naastliggende. Dat is het geval bij de met blauwgrijs gemarkeerde schalen (Tabel 6). We hebben deze lijn doorgetrokken voor de andere kenmerken. De gemiddelden van de universiteiten zijn op de semantische schaal uitgezet.
Interpretatie van de schalenBeginnen we met de eerste variabele warm/koud, dan blijkt er een verschil te zijn tussen de website van TU Delft enerzijds en die van de VU en de RUG anderzijds. Koppelen we deze uitkomst aan de trefwoorden waarmee de universiteiten zich denken te onderscheiden, dan kan de 'koude' uitstraling van de TU Delft verklaard worden. De 'expert' uit Delft noemde geen trefwoorden die enige mate van warmte oproepen (Techniek; Dynamiek; Maatschappelijk impact). De VU daarentegen noemt zichzelf 'persoonlijk', wat wij in hoge mate associëren met warmte. Wij vonden de website overigens niet 'persoonlijk' (zie: Dataverzameling, Websites). De scholieren beoordelen tevens de website van de RUG als redelijk 'warm', maar de 'expert' uit Groningen noemt geen kenmerken die daarmee geassocieerd kunnen worden en ook wij vonden de website geen warme uitstraling hebben (zie Bijlage II). De volgende variabele die een duidelijk verschil toont is de schaal modern/ouderwets. De TU Delft wordt gezien als moderner dan de RUG, de UvA en de VU. Vreemd genoeg zijn de RUG en de UvA de twee universiteiten die zich met modern vereenzelvigen, resp. door zichzelf 'modern' of 'progressief' te noemen. De 'expert' van de TU Delft noemt als trefwoord 'dynamiek', dat wij als 'beweging' hadden geoperationaliseerd. De website van de TU scoort ook als enige afwijkend op de schaal overzichtelijk/rommelig, zij het daar in negatieve zin. Op de schalen in de categorie Studieaanbod, wijkt het gemiddelde van de VU af van de anderen, zowel op de schaal modern/ouderwets als op groot/klein. Ook de UvA wijkt op deze laatste schaal af en dat zou een mooie bevestiging zijn van het kenmerk 'groot studieaanbod'. De TU Delft scoort laag op de schaal belangrijk/vaag. Dat zou wellicht verklaard kunnen worden doordat het aanbod van deze universiteit zeer technisch is. Het nieuwsaanbod van de VU en de TU lijkt minder te zijn dan dat van de UvA en de RUG. Dat van laatstgenoemde is bovendien nieuwer dan dat van de andere universiteiten. Het nieuws van de VU is het oudst. Als we het nieuwsaanbod zien als een uiting van betrokkenheid bij de maatschappij en een kritische houding, dan scoren de VU en de TU hierin lager dan de UvA. Alledrie deze universiteiten zouden 'maatschappijgericht' behoren te zijn. Dat strookt ook met de resultaten van de inhoudsanalyse. De informatie voor aankomende studenten vertoont verschillen in de mate waarin het informatief is, levendig, bijzonder en origineel. Ook hierin scoort de website van de VU laag. Die van de UvA is wel informatief, maar ook saai en oninspirerend. Als originaliteit een indicatie zou zijn van progressiviteit, is dat kenmerk van de UvA volgens de scholieren niet aanwezig. Opvallend is de hoge score van de TU op het informatiegehalte. Ook is de website van de TU nog het meest levendig en origineel, wat een indicatie zou kunnen zijn van 'dynamiek'. Ook wij vonden dat kenmerk zichtbaar aanwezig. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de TU doorlinkt naar een aparte website voor scholieren, die er geheel anders uitziet dan de gewone site. Studeren lijkt de scholieren meer nationaal georiënteerd aan de VU dan aan de andere universiteiten en het lijkt ze gezelliger aan de TU. Als gezelligheid een indicatie is voor 'individuele aandacht', 'voor en door mensen' en ruimte voor eigen inbreng', scoren de universiteiten die dit als hun kenmerken zien juist slechter dan de enige universiteit die zich hierop niet denkt te onderscheiden. TotaalbeeldHet totaalbeeld van de site wijkt zoals eerder gezegd nogal af van het eerste beeld dat de scholieren van de homepage hadden. Dat is voor ons een aanwijzing dat de scholieren een andere mening hebben gekregen over de websites door doelbewust rond te kijken en vragen te beantwoorden. Daarmee lijken we in onze opzet geslaagd om het onderzoek ook voor de scholieren leerzaam te maken. De verschillen op de schaal warm/koud zijn nog steeds wel aanwezig, maar minder uitgesproken geworden. De websites van de VU en de TU zijn volgens de scholieren nu kouder, die van de UvA iets warmer. Eigenlijk wijkt nu voornamelijk de RUG af. Op de schaal rustig/druk zien we juist een vergroting van de verschillen, waarbij vooral opvalt dat de UvA nu beduidend rustiger dan de andere websites gevonden wordt. Het lijkt erop dat de scholieren zich op de moeilijkheidsgraad van de websites verkeken hadden, want hun mening daarover is veranderd van makkelijk tot vrijwel neutraal. Het gemiddelde voor alle scholieren op deze schaal verschoof van 2,29 naar 3,76. De schaal modern/ouderwets vertoont nauwelijks verschuivingen, maar opvallend is de verschuiving van de RUG naar het midden. Dat zou een indicatie kunnen zijn van 'traditioneel, maar toch modern'. Op de laatste schaal zien we wederom een verschuiving ten nadele van de VU. Het eerste oordeel dat de site overzichtelijk was, is omgeslagen naar een rommeligere indruk: van 2,25 naar 4,5. Het oordeel over de website van de TU verandert niet. DimensiesWanneer we de overeenkomsten tussen de Likert-schalen als maatstaf nemen voor de drie door ons gedefinieerde dimensies, dan blijken een aantal schalen ongeveer hetzelfde te meten. Die verdelen we in drie dimensies (zie Tabel 7). Tabel 7: De semantische dimensies en bijbehorende schalen
Een aantal van deze schalen komt meerdere malen in onze vragenlijst voor. Om te bepalen of we de scores op deze schalen bij elkaar mogen optellen, hebben we een correlatie berekend. De optelsom van de drie scores hebben we vergeleken met elk van de scores apart, gecorrigeerd voor de factor universiteit. Het bleek dat we niet alle scores bij elkaar konden optellen. Uiteindelijk kregen we drie dimensies die elk opgebouwd zijn uit vier scores (Figuur 8). Figuur 8: Imago van de universiteit Plaatsen we de vier websites binnen de drie dimensies, dan valt vooral de plaats op van de website van de TU Delft. Deze blijkt het meest aansprekend en geordend te zijn. De website van de RUG wordt veelal gezien als zacht en chaotisch. Op het gebied van de drie dimensies blijkt een klein verschil te bestaan tussen de twee onderzochte scholen. De scholieren uit Hilversum vinden de websites iets meer geordend, de scholieren uit Bussum vinden ze iets zachter en meer aansprekend. Deze verschillen zijn echter klein en niet statistisch significant. Lopen we de vier websites stuk voor stuk na, dan blijken de scholieren over het algemeen een andere mening te hebben over de websites dan wij of de 'experts'. We hebben de gevonden overeenkomsten en verschillen in een tabel gezet (tabel 8). Tabel 8: Identiteit en imago
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||