Identiteit & Imago

Methode

 

Om antwoord te krijgen op onze centrale vraag, hebben we deze opgesplitst in drie deelvragen:

Welke identiteit willen de Nederlandse universiteiten op hun websites naar buiten brengen?

In hoeverre worden de kenmerkende eigenschappen van deze identiteit op de websites gepresenteerd?

Welk beeld van de universiteit vormen aspirant studenten zich op grond van de website?

Welke identiteit willen de Nederlandse universiteiten op hun websites naar buiten brengen?

De eerste deelvraag binnen ons onderzoek betreft een inventarisatie van hoe de universiteiten zichzelf presenteren middels hun website en wat zij hierbij belangrijk vinden. Het beeld dat de universiteit naar buiten tracht te brengen, ofwel het beeld zoals bedoeld door de universiteit, wordt ook wel beschreven aan de hand van het begrip identiteit. Om te weten te komen wat de kenmerkende en essentiële eigenschappen van een identiteit zijn, hebben wij ervoor gekozen één van de verantwoordelijken voor de website, een zogenaamde 'expert', een aantal vragen te stellen over wat zij op de universitaire websites willen overbrengen.

Top

In hoeverre worden de kenmerkende eigenschappen van deze identiteit op de websites gepresenteerd?

Of datgene wat de universiteiten zelf belangrijk vinden ook daadwerkelijk in hun presentatie op Internet terug te vinden is, hebben we onderzocht door middel van een inhoudsanalyse. Daartoe hebben we de antwoorden van de 'experts', op de vraag wat de kenmerken van de universiteit zijn, meetbaar gemaakt. Vervolgens hebben we gekeken of die kenmerken ook werkelijk op de websites te zien zijn, ook als de 'expert' zelf aangaf die kenmerken niet in de website terug te vinden. Tenslotte hebben we een viertal websites uitgekozen. We wilden ons tot vier beperken, omdat het qua tijd niet haalbaar zou zijn alle veertien Nederlandse universiteiten in ons onderzoek te betrekken. Bovendien hebben een aantal universiteiten zelf aangegeven niet deel te willen nemen aan ons onderzoek. Die vier uitgekozen websites vormen de basis voor de beantwoording van onze derde deelvraag.

Top

Welk beeld van de universiteit vormen aspirant studenten zich op grond van de website?

De derde deelvraag handelt over het beeld van de universiteit dat wordt verkregen door het bekijken van de website. Het verkregen beeld - of het beeld zoals ervaren - wordt ook wel omschreven aan de hand van het begrip imago. Om te weten te komen hoe de universiteit op aankomende studenten overkomt, hebben wij een aantal van hen vragen gesteld over de websites. We hebben hiervoor een vragenlijst gebruikt met computerondersteuning, die afgenomen is op hun eigen school.

Onder aankomende studenten verstaan wij binnen dit onderzoek scholieren uit de vijfde klas van het Vwo. Wij hebben voor deze groep scholieren gekozen, omdat zij in hun oordeelsvorming over de website naar ons idee minder beïnvloed zullen worden door overige informatie dan scholieren uit de zesde klas van het Vwo. Het liefst hadden we gehad dat er in de les nog geen speciale aandacht was besteed aan het keuzeproces en dat de leerlingen nog geen informatiedagen hadden gehad. Bekendheid met een universiteit zou hun houding ten opzichte daarvan kunnen kleuren, maar helaas bleek dat niet haalbaar.

Zesdeklassers zullen veelal beter voorgelicht zijn over de verschillende universiteiten, omdat zij dichter bij de keuze voor een universiteit staan dan scholieren uit de vijfde klas.

Wij hebben gekozen om ons onderzoek te beperken tot vijfde klas Vwo-ers op twee middelbare scholen in het Gooi, omdat we via de educatieve faculteit van de UvA makkelijk toegang tot deze scholen konden krijgen.

Top

Achtergronden van de aspirant student

Naast de factor bekendheid met een universiteit hebben wij in onze keuze voor aspirant studenten eveneens gelet op een aantal persoonlijke kenmerken die van invloed kunnen zijn op de oordeelsvorming. De groep scholieren die geselecteerd is voor de vragenlijst met computerondersteuning moest bestaan uit een diversiteit aan mensen, waarbij onder andere gelet wordt op sekse en de mate van gebruik van media. Bovenal is gelet op de factor bekendheid met Internet en het gebruik ervan. Scholieren die niet bekend zijn met Internet of er weinig of nooit gebruik van maken, kwamen voor ons onderzoek niet in aanmerking. Zij die wel van Internet gebruik maken, zullen naar ons idee hun oordeel over een website beter onder woorden kunnen brengen dan iemand die met iets nieuws in aanraking wordt gebracht. Bovendien gaat het ons te ver om leerlingen de grondbeginselen van het websurfen bij te moeten brengen.

Een tweede voorwaarde waaraan de scholieren moesten voldoen om voor het meedoen aan de vragenlijst in aanmerking te komen, is dat de scholier nog geen duidelijke voorkeur voor een universiteit heeft. In dat geval zou die voorkeur de beoordeling van de website kunnen beïnvloeden. Ten derde moest de scholier aangeven te willen gaan studeren, omdat we anders het gevaar zouden lopen scholieren te ondervragen die niet gemotiveerd zijn om de vragen serieus te beantwoorden.

Lees verder...

Deelvraag 1
Deelvraag 2
Deelvraag 3
Achtergronden

  Top


29 mei 2001© Elsje de Ruijter
& Sabrina de Vries