Identiteit & Imago

Inleiding

 

Universiteiten maken voor hun onderwijstaken steeds meer gebruik van Internet. De Universiteit van Amsterdam heeft bijvoorbeeld in 2000 een programma in gebruik genomen waarmee studenten onderling en studenten met docenten via Internet kunnen communiceren en samenwerken. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan een goed functionerende en zeer informatieve website. Zeer binnenkort wordt een nieuwe versie gelanceerd (UvA, 2000). Ook andere universiteiten, zoals die van Twente en die van Rotterdam, zijn zeer ver gevorderd in het integreren van Internet in de onderwijstaken (zie voor voorbeelden de volgende twee websites: home.student.utwente.nl en blackboard.eur.nl).

Niet alleen in het universitair, maar ook in het voortgezet onderwijs, wordt steeds vaker gebruik gemaakt van Internet. In de zogenaamde tweede fase wordt zelfs al op beperkte schaal geëxperimenteerd met studeren op afstand. De Universiteit van Twente heeft een website speciaal voor scholieren, waar ze onder andere hun huiswerk kunnen laten nakijken door studenten (Schoolsite, 2001). Hoe een universiteit zich presenteert op Internet en op welke manier daarvan gebruik wordt gemaakt, zal daarom medebepalend zijn voor het beeld dat een aspirant student van die betreffende universiteit krijgt, vooral bij scholieren die gewend zijn informatie van Internet te halen.

Uit gegevens van de meest recente StudieKeuze Monitor, verkregen van één van de makers, blijkt dat aspirant studenten hun studiekeuze voor 10 procent baseren op de websites van de universiteiten. Voor studenten aan de Universiteit van Amsterdam is dat zelfs 15 procent. Beide percentages zijn gebaseerd op gemiddelden over 1999 over heel Nederland.

Met dit onderzoek willen wij daarom bepalen of de intentie van de samenstellers van de universitaire websites voor aspirant studenten duidelijk naar voren komt. Met andere woorden: of het beeld dat zij hebben van de universiteit, overeenkomt met de identiteit die de betreffende universiteit op Internet tracht na te streven.

Daartoe stellen we ons de volgende vraag: Komt het imago van de universiteit in de ogen van aspirant studenten overeen met de identiteit zoals die door de universiteit zelf wordt gepresenteerd middels haar website?

Top

Imago en identiteit

Naast de begrippen universiteit en aankomend student, staan imago en identiteit in dit onderzoek centraal. Van Riel (2001, p. 34) beschrijft de identiteit van een bedrijf als 'de zelfpresentatie van de organisatie: de impliciete en expliciete offerte van cues waarmee een organisatie haar eigen unieke kenmerken bloot geeft met behulp van de corporate identity-uitingsvormen gedrag, communicatie en symboliek.'

Imago noemt Van Riel bij voorkeur image, maar wij kiezen hier niet voor, omdat imago prettiger leest: het kan in het Nederlands niet verkeerd worden uitgesproken. Voor image geeft Van Riel een definitie van Dowling: 'an image is the set of meanings by which an object is known and through which people describe, remember and relate to it. That is the net result of the interaction of a person's beliefs, ideas, feelings and impressions about an object' (Van Riel, 2001, p. 34). Volgens de socioloog Alvesson (1990) bestaat een imago uit iemands beeld van de organisatie en uit de indrukken die de organisatie communiceert. Een imago wordt gevormd door toevallige en oppervlakkige informatie, die we krijgen uit massamedia en uit persoonlijke communicatie, niet uit onze eigen, directe ervaringen met de organisatie. Volgens Alvesson dreigt het gevaar dat het gecommuniceerde imago niet langer overeenkomt met het door onszelf ervaren imago, wat tot verwarring kan leiden.

Dowling (1986) voegt hieraan toe dat de media effectiever zijn in het creëren van kennis over de organisatie, terwijl interpersoonlijke communicatie vaker de houding ten opzichte van een organisatie vormt.

Als illustratie voor bovenstaande een recent krantenbericht over de Rijksuniversiteit Groningen, die schijnbaar een 'frivool imago' heeft in de media. De universiteit wil niet langer vereenzelvigd worden 'met de gezellige kroegen en terrasjes in de Groninger binnenstad.' Toch is 'het lokken van studenten met de huidige identiteit geen probleem. Moeilijker is het om toponderzoekers en ander hoogopgeleid personeel aan te trekken' (RUG wil af …, 2001).

We hebben in dit onderzoek een poging gedaan om bij een aantal universiteiten te kijken of hun identiteit zich ook weerspiegelt in het imago zoals scholieren dat ervaren na het bezoeken van de website. Met andere woorden sluit dit naadloos op elkaar aan of zijn er verschillen waar te nemen?

Volgens Sterne (1996, p. 5) is de uitdaging voor de ontwerper van de website van drieërlei, te weten: het bieden van voldoende navigatiemogelijkheden, het creëren van voldoende interactie en het kunnen ontvangen van terugkoppeling van bezoekers. Kijken we niet alleen naar een website vanuit de ontwerper, maar ook vanuit de gebruiker, dan is het krijgen van voldoende relevante informatie ook een belangrijk punt voor universitaire websites.

Top

Informatiezoekgedrag

In dit onderzoek kunnen we twee onderzoekseenheden onderscheiden: de universiteit, in het bijzonder de verantwoordelijke voor de universitaire website, en de aankomende student. Een aantal achtergronden van deze aspirant student zijn van belang om inzicht te krijgen in het proces van studiekeuze en in het bijzonder de keuze voor een bepaalde universiteit. Voor ons onderzoek zijn dat vooral het computergebruik en het gebruik van Internet, en welke plaats deze beide zaken innemen in het informatiezoekproces van de aankomende student.

Volgens gegevens uit de meest recente StudieKeuze Monitor blijkt dat aankomende studenten steeds vaker gebruik maken van Internet in de keuze voor een bepaalde studie en universiteit en dat sommigen zelfs hun studiekeuze baseren op de website van de desbetreffende universiteit. ICT- en daarmee computergebruik wordt onder scholieren steeds vaker toegepast. Ruim 80 procent van de scholieren in het Vwo maakt wel eens gebruik van Internet, bleek uit een rondvraag onder scholieren door het NIPO (Internet..., 2001). Uit cijfers van de voorgaande StudieKeuze Monitor (1999) over 1998 bleek dat ongeveer 40 procent van de scholieren toegang heeft tot Internet en dan in meerderheid thuis. Toegang via school komt met 22% op de tweede plaats. Ruim 15% van de leerlingen surft dagelijks op Internet, waarbij vooral muziek-, film- en sportsites populair zijn.

Lees verder...

  • Imago en identiteit
  • Informatiezoekgedrag

    Externe links:

  • UTTwente
  • Blackboard
  • Schoolsite
  •   Top


    29 mei 2001© Elsje de Ruijter
    & Sabrina de Vries