Ingeburgerde lamsoor

De kwelders langs de Zeeuwse en Waddenkust kleuren weer paars; het Lamsoor (Limonium vulgare) staat in bloei. Deze uitbundig bloeiende zoutminnaar, die door onze zuiderburen wel ‘Zwinbloempje’ wordt genoemd, naar natuurreservaat het Zwin waar hij volop voorkomt, is in Nederland een beschermde plant. Dat lijkt in tegenspraak met het feit dat lamsoor gewoon bij de groenteboer te koop is.

Met lamsoor is het echter net als met zeepaling: in de winkel wordt er een andere soort mee aangeduid. Probeert de visboer ons met een bordje zeepaling te verleiden om haai te kopen, de groenteboer verkoopt eigenlijk Zeeaster. De visboer weet welke vis hij moet pakken als we om haai vragen, maar de naam lamsoor is zo ingeburgerd dat het de vraag is of de groenteboer ons begrijpt als we om zulte vragen. Misschien verwijst hij ons wel door naar de slager.

Zeeaster, Zulte of Aster tripolium, is een samengesteldbloemige en daardoor familie van de Margriet. De bloemen hebben net als margrieten gele hoofdjes, maar de bloemblaadjes daaromheen zijn lichtpaars en niet wit en soms ontbreken ze zelfs helemaal. De bloemen van Lamsoor zijn alleen maar paars en van een diepere soort. De bloemen lijken een beetje op droogbloemen; ze worden ook wel als zodanig gebruikt. Het belangrijkste verschil – culinair gezien dan – zit in de bladeren. Die van Lamsoor zijn glanzend groen en niet eetbaar, terwijl de zacht behaarde bladeren van Zeeaster een ware delicatesse zijn: mals, fris en ziltig.

Van nature komt Zeeaster voor langs de gehele Europese kust en in de Midden- en Oost-Europese binnenlandse zoutsteppen. In Nederland groeit de plant voornamelijk in de Dollard, op de waddeneilanden en in Zeeland.

 

Lamsoor met courgette en radijs
Gang: bijgerecht
Porties: 2
Auteur: Elsje de Ruijter
Ingrediënten
  • 300 g lamsoor
  • 100 g kastanjechampignons
  • 10 radijsjes
  • 1 kleine courgette
  • 1 el gembersiroop
  • 2 el olie
  • 1 el notenolie
Bereiding
  1. Snij voor een bijgerecht met lamsoor de champignons in plakken en bak ze in de hete olie een beetje bruin. Snij de radijsjes in de lengte in vieren en rasp de courgette grof.
  2. Was de lamsoor, voeg ze toe aan de champignons, schep het geheel op hoog vuur even om, laat wat vocht verdampen en voeg de courgette toe.
  3. Doe het vuur laag, voeg radijs en gember toe, roer het geheel nog een keer door en serveer de lamsoor met gekookte bulgur, rijst of couscous.

 

Deze tekst is gepubliceerd in de Volkskrant van 14 augustus 2002

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *